Religie(us)

Geïntegreerd geloof                                                                                                                                        Afbeelding invoegen                                                                                                              
                                                                                                                                                                              
'Nederland kampt met een stevige religiestress' – volgens Kefah Allush in het EO-programma ‘Rot op met je religie’ . Er is veel onbegrip, er zijn veel tegengestelde religieuze opvattingen. Maar onder al die botsende ziens- en denkwijzen (bij de deelnemers aan dat programma) viel een diepere, gevoelsmatige laag te ontwaren. Met name wanneer er de menselijke waardigheid aan de orde kwam, bleken de verschillen amper hinderlijk te zijn. Dit aspect maakte duidelijk dat het slechts de zienswijze is dat mensen van elkaar scheidt, de inhoud van hun mindset en de staat van bewustzijn. De oplossing ligt in de geestelijke integratie, een ruimer denkkader dat alle denkwijzen overstijgt en het samenleven van diverse groepen van wel/niet gelovigen in de goede banen leidt. Een hiervoor bruikbaar concept is het geïntegreerd geloof* dat een overtuigende basis biedt voor de opbouw van het moderne burgerschap. De aandacht verschuift van de (overgeërfde) religieuze tradities naar een bewust gekozen levenshouding.
                                      *De term is geïntroduceerd door dr. Margreet de Vries-Schot die promoveerde (in 2006) op een studie
‘                                      'Gezonde godsdienstigheid en heilzaam geloof’.

Het concept omvat drie factoren, waaruit valt af te leiden of iemands geloof geïntegreerd is:
1 - een gerichtheid op hogere waarden vanuit innerlijke vrijheid;
2 – een vertrouwen op God dat het hele leven doordringt;
3 – verantwoordelijkheid voor medemens en de schepping.
Dit concept komt tegemoet aan de recente religieuze transitie waarin veel mensen op een holistische, geïntegreerde manier ‘geloven’. Het goede leven zit voor hen in een gerichtheid op hogere waarden - als liefde, vriendschap, dienstbaarheid - en een levenshouding van betrokkenheid bij het welzijn van anderen. Terwijl de traditionele gelovigen  (die zich nog 'veilig' voelen in het normatieve christendom) missen vaak de reikwijdte van Christus’ bewustzijn en de psychologische onderbouwing van het mens-zijn.
 
In haar boek ‘Geloven is gezond’ pleit de Vries-Schot voor openheid over religie in de hulpverlening, waar geloofszaken en levensbeschouwing vaak taboe zijn. Het onderwerp wordt vermeden of de invloed van geloven op de behandeling wordt bestreden. Terwijl het geloof bepalend is voor je identiteit en relaties en de waarden als hoop, verbondenheid en vervulling een grote rol kunnen spelen in het genezingsproces. De Vries-Schot stelt voor om de spirituele dimensie toe te voegen aan het behandelingsmodel en zij laat ook zien hoe dat kan. Haar stelling is dat geloven de mens compleet maakt en onmisbaar is voor een gezond leven, mits het een integrerende werking heeft op de hele persoon en het dagelijkse leven.
 
Van scheiding naar onderscheiding
 
De huidige discussies over religie lijken het wij-zij gevoel alsmaar te versterken. Er treedt ook een terugkerend patroon op als het gaat om de scheiding tussen kerk en staat. Zo stellen de religieuzen dat de staat zich niet met de kerk heeft te bemoeien, terwijl de anti-religieuzen het omgekeerde beweren. De beginselen van vrijheid en gelijkheid schieten door en vragen om een herbeschouwing*
[NB. deze stellingen incl. het voorbeeld zijn ontleend aan hoogleraar religie en recht Fokko Oldenhuis ; bijvoorbeeld moskeeën die onder de vlag van religie uitsluitend politiek bedrijven, of een imam die zegt‘in de moskee ben ik de baas']
Er zijn nieuwe kaders nodig om de scheiding van kerk en staat te herijken. Geen scheiding maar onderscheiding. Opdat de staat zich wél mag bemoeien als een kerk niet ‘deugt’ [aldus F. Oldenhuis].
Tevens wordt binnen de christelijke kerken het Woord (de Bijbel) vaak op een zodanige wijze toegepast dat er ongezonde overtuigingen standhouden, die het schuldbewustzijn voeden en de geestelijke gezondheid ondermijnen. Dit soort lastige kwesties van kerk (en sekten) ziet men veelal over het hoofd.
 
In kerkelijke kringen wordt veel geklaagd over de marginalisering van gelovige stemmen in het publieke debat. Dit probleem verdwijnt als men uit het harnas van de dogmatiek breekt, afstand neemt van de orthodox-christelijke denkstijl en de christelijke geloofsgrammatica in seculiere termen ‘vertaalt’. Het is er nodig het kaf van het koren te scheiden en de valse tegenstellingen te ontmaskeren. Met name de valse tegenstelling van religie en vrijheid vraagt om verheldering. Omdat religie vaak als containerbegrip functioneert en door liberalen als achterhaald wordt bestempeld. Dan is er amper ruimte voor het onderscheid tussen vrijzinnigheid, orthodoxie en extremisme. Tevens ziet men een grote groep (jonge) weldenkende mensen over het hoofd - die hun geloof hebben geïntegreerd in hun levenshouding. Zij ervaren in hun persoonlijk geloof een unieke vorm van vrijheid, maar hebben geen behoefte (meer) aan het volgen van religieuze voorschriften en rituelen.
 
De liberalen tonen zich onwetend wanneer zij godsdienst als een vorm van onvrijheid zien, waar het individu van bevrijd moet worden. Men ontkent dan de basis van ons samenleven. Er dient hier een onderscheid gemaakt te worden tussen de moraal van de gelovigen en het oude ‘compost’ van het door macht gedreven christendom, die soms nog in het (collectieve) bewustzijn broeit en giftige gassen afgeeft. Deze oude spruitjeslucht (een beginsel uit 1796) - van het dwingend willen opleggen van ideeën en het laten samensmelten van geloof en burgerlijke moraal - kan ons niet meer dienen. Laat de ander in zijn waarde - is het motto. De christelijke denkers doen er goed aan als zij hun geloof in hun levenshouding integreren en enkel de moraal in het publieke debat gaan vertegenwoordigen. Dan kunnen zij zich krachtig laten gelden en een wezenlijke bijdrage aan de beschaving leveren (zonder hun kerkgezindte aan de grote klok te hangen). Dan hoeft het maatschappelijk debat - tussen de liberale en (post)christelijke denkers - niet zo een moeizaam en tijdrovend spektakel te zijn.
     
De moraal in één basiswet                                                                                                                                        Afbeelding invoegen
                                                                                                                            
Vrijheid heeft begrenzing nodig om zichzelf niet in de chaos te verliezen. Ook discipline is aan herwaardering toe. Want leven in vrijheid bleek (na de WOII) net zo een grote opgave te zijn als leven in onvrijheid en schaarste. Er is een kloof ontstaan tussen ‘gedisciplineerde’ mensen en hun tegenpolen, een kloof die samenhangt met een kloof in welvaart en welzijn. Overigens bleken de andere liberale verworvenheden op termijn ook niet goed te werken. Vrijheid van onderwijs bijvoorbeeld, die de sociale segregatie in de hand werkt, en vrijheid van meningsuiting die vaak in vrijheid van belediging uitmondt. Er is maar één basale regel nodig – en in de wet verankerd - dat de essentie toevoegt aan het ideaal van vrijheid. Eén enkele wet om de morele kwaliteit van de samenleving niet verder te laten eroderen, met name de Gulden Regel: Je doet de ander niet, wat je zelf niet wilt dat jou geschiedt.
 
De burgers worden zo uitgedaagd om buiten de schutting van hun (religieuze) denkkaders te denken, in plaats van zich in eigen gelijk te wentelen of zich achter het etiket van christelijke cultuur te verschuilen. Dit laatste is een handelsmerk dat christenen (kerken en zelfs politici) voor zichzelf claimen, zonder onderscheid te maken tussen uiterlijke vormen van een cultuur en de essentie van het christen-zijn. Niet beseffende dat in de 1e eeuw nog geen verdeling naar religie en godsdienst was. Religieus zijn was onderdeel van burgerschap. En wat Jezus destijds predikte was geen religie maar een nieuw bewustzijn. Een pure manier van Zijn, nodig om bij elkaar en bij God te horen. Het is enkel liefdesbewustzijn - hét tegengif uit het Evangelie - dat ons (en de wereld) verlicht en bevrijdt. Met heb uw naaste lief als jezelf dat de hele wet vervult en andere geboden overbodig maakt. Wat destijds Jezus’ kritiek op de Farizeeën was, is heden actueel ten aanzien van de ‘christelijkheid’ van onze samenleving.
 
De 'seculiere' Gulden Regel en Christus’ basisgebod laten zich op dit punt met elkaar verenigen en de kloof tussen gelovig en seculier blijkt slechts een mindset-creatie te zijn. Onze geest is kneedbaar en kan transformeren. Zodra wij het nut ervan zien en ons bewust worden van onze (collectieve) verantwoordelijkheid, dan zien wij dat de soevereiniteit in eigen kring het publiek belang niet meer dient maar de geestelijke integratie in de weg staat. De uitdaging ligt in het dialoog op het niveau van het hart, met respect voor de wereldbeeld van de ander. Het is daarbij belangrijk bewust te kiezen tussen mensen te willen verenigen (i.p.v. te verdelen) en niet opgaan in de opdeling tussen moslims en niet-moslims. Evenmin de christelijke superioriteit te benadrukken. Overigens komen de ideeën over secularisatie voort uit het christendom en deze gaan niet op voor de islam (want veel moslims die niet praktiseren - ogenschijnlijk seculier - zijn toch gelovig en zelfs fundamentalist of extremist). Door een ruimere denkkader kunnen de ontstane kloven tussen christendom en islam gedicht worden.
 

                                                                                Afbeelding invoegen