Religie



R E L I G I E                                                                                                                                      Afbeelding invoegen

Onder religie, of godsdienst, verstaat men een stelsel van verhalen, leefregels en rituelen, gebaseerd op geloof
in een God (of Goden) die men aanbidt. De vier grote hedendaagse religies zijn Jodendom, Christendom, Islam en
Hindoeďsme. In bredere zin duidt het woord religie op spirituele gevoelens en gedachten met betrekking tot de zin
van het leven, in relatie tot een grotere (universele) macht.

Het woord religie komt uit het Grieks en betekent verenigen of (her)verbinden maar ook beheersen of herboren
zijn, zoals het woord yoga aanduidt (in het Sanskriet: het juk). Het gaat om het verenigen van lichaam en geest, en
het streven naar een staat van Zijn waarin de mens zich onder één juk met het Goddelijke bevindt. Dat houdt in dat
de mens zich wezenlijk verbonden voelt met het Goddelijke.

De bakermat van veel grote religies en levensfilosofieën is India. Het millennia oude hindoeďsme, dat uit diverse
stromingen gevormd is, heeft niet één bepaalde stichter. Dat heeft het Boeddhisme wél, dat uit het (vroege)
hindoeďsme voortkomt, met als grondlegger Gautama Boeddha die enkele eeuwen voor Christus leefde. Zijn leer
vormt een levensbeschouwelijke stroming die gaat over de kosmische (wereld)orde en het pad naar verlichting.

Christendom

Zowel het Christendom als de Islam zijn geworteld in de Joodse religie en hebben dezelfde basiswetten, de Tien
Geboden, als een moreel fundament. Het millennia oude Jodendom is gevormd door een lange geschiedenis van
overheersing, slavernij en bezetting, en is door diverse culturen beďnvloed. De Joden vereerden God door het
naleven van allerlei geboden en verboden uit de Thora. Zij geloofden dat hun God, die zich via de Thora
openbaarde, de enige ware God was. Maar de ideeën over hun heilige Schrift, het praktiseren en de interpretatie
daarvan waren divers, vaak tegenstrijdig. Men worstelde met godsbegrip en allerlei opvattingen rond godsbeeld
en eredienst. De komst van een baanbrekende spirituele leraar - Jezus van Nazareth - zou hét antwoord zijn op de
vele misstanden, sociale wanorde en onwetendheid.

De grondlegger van het (vroege) christendom staat te boek als het Licht van de wereld. Zijn woorden ‘mijn juk is
zacht en mijn last is licht’ spreken boekdelen maar zijn leer viel destijds niet in de goede aarde. Men begreep
hem maar ten dele en dat is tot op heden zo. Er wordt op los getwist en geoordeeld, over hoe het Evangelie in de
praktijk te brengen. Terwijl Jezus zo eenvoudig over dé levenskunst sprak: hoe je je lichaam en geest (liefdevol)
kunt besturen, je talenten gebruiken, en hoe je geestelijk kan groeien door de levenservaringen heen. Door
middel van de parabels (gelijkenissen) bracht hij de kern van de universele waarheid over aan mensen van alle
tijden en culturen. Zijn mystieke boodschap - over de levenspijn en hoe je ervan verlost kunt worden – komt op dit
punt overeen met de karmaleer van de Boeddha’s.

‘Wie heeft mij gezien, heeft God gezien’ – legde Jezus uit. Hij doelde er op de perfectie van zijn empathisch
vermogen en de universele (goddelijke) liefdesbewustzijn dat hij belichaamde. Waar liefde is, zijn ook wonderen.
Als mensen worden bevrijd van de innerlijke blokkades en zich geliefd voelen, komen ze tot bloei en leren voluit
(creatief) leven. In tegenstelling tot vastzitten in twijfel, pijn en schuldbewustzijn. Een andere uitspraak van Jezus
– ‘zoek eerst Gods Koninkrijk’ - gaat over hetzelfde: het liefdesbewustzijn als dé levenskracht die in ons hart te
vinden is en daar vanuit kan stromen. Deze krachtbron is bij menigeen onzuiver, mede door de leerstellingen
(dogma’s) die in het collectieve bewustzijn huizen. Deze collectieve overtuigingen verwijzen naar Gods koninkrijk
‘buiten’ onszelf.

(On)gezonde overtuigingen                       Afbeelding invoegen

Gaandeweg is Jezus’ boodschap naar de achtergrond verdreven, ondersneeuwd door de starre regels en voorschriften
van de cognitief georiënteerde kerkvaders. Leven in Gods koninkrijk - met als kenmerk free flow of love  - veranderde in leven in de kerk; stationeren in een van de gezindten, een soort branche offices. Daarbinnen gaat veel fout maar dat wordt ‘netjes’ verdoezeld want de kerk moe(s)t groeien - planmatig, manipulatief of wanhopig – ondanks de krimp. Overigens is de basis voor het instituut kerk, zoals we dit nu nog kennen, gelegd onder de invloed van de keizer Constantijn* (ca. drie eeuwen na Christus). *Zijn naam stond synoniem voor ellende en onrust, waar hij vanaf wilde, en het lukte hem om Jezus’ volgelingen te paaien (met de belofte van bescherming tegen vervolging). In de boodschap van vrede, van de groeiende beweging van deJoodse rabbi, vond hij een weg om zijn imago op te poetsen.

Het verhaal van de late(re) christendom is een van conflicten, confrontaties en geweld. Na eeuwen van wederzijds gepest en wantrouwen blijkt de tijd nog niet rijp te zijn voor een verregaande protestants-katholieke oecumene. De leerstellingen en kerkstructuren vormen een belemmering voor de levende Christus. Christenen verwarren vaak leven in Christus met het leven in een kerkelijk systeem. Ze spannen zich tot het uiterste in om aan allerlei regels en normen te voldoen en vragen zich af ‘waar is God’ als het tegenzit. Vrijzinnigheid en orthodoxie lopen door elkaar heen. Men maakt zich druk om bijzaken in plaats van het gewone leven met elkaar te delen, zoals het leven zich voordoet. Al kan men wél er over zingen ‘wie de Zoon heeft, heeft het leven’, de gezindheid van het hart laat te wensen over.
 
De essentie van het (geestelijke) leven is groei en dat begint bij de juiste gezindheid. Het gebod in liefde blijven betekent (vanuit de innerlijke vrijheid) voor liefde kiezen, en niet vanuit de angst voor een straffende God. Verantwoordelijkheid nemen, in liefde en wijsheid over het eigen leven ‘regeren’. In tegenstelling tot de regie van de kerk (pastoor) die destijds aangaf wanneer er weer een kindje geboren moest worden. De paus bedenkt nog steeds dé regels al is er sprake van enige versoepeling. Ook de protestantse kerkleiders vervielen in dezelfde valkuilen. Nog steeds leren zij de gelovigen niets van levenskunst en zaken waar het individu zelf verantwoordelijk voor is. Veel (jonge) mensen leven daardoor in angstige onzekerheid.* Het godsbeeld kan zo een bron van stress zijn, dat het psychisch functioneren belemmert in plaats van een steunende factor te zijn die het psychische balans in stand houdt.
--------------------------------------------------------------------------------------
[*Onderzoek Godsbeeld, Geloofsbeleving en Autisme, Dr. J. Schaap-Jonker, 2009]